Black Gospel
Wat is Black Gospel
Deze muziek mag worden beschouwd als de wortel van de hedendaagse (gospel) muziek. Improvisatie en ritme vormen de kern ervan. Het gaat om sprankelende muziek, modern en afstammend van de katoenvelden. De teksten zijn uitsluitend geïnspireerd door de inhoud van het christelijk evangelie.
De geschiedenis van de Black American Gospel songs.
Voor 1865
De melodieën en ritmes voor 1865
De melodieën en ritmes van negro spirituals en gospel songs zijn vooral beïnvloed door de muziek uit hun eigen culturele leefomgeving. Dit betekent dat hun stijl voortdurend aan verandering onderhevig is. De allereerste negrospirituals [negerkerk -liederen] vinden hun oorsprong in Afrikaanse muziek, al vertoonden de melodieën veel overeenkomst met die van hymnes. Sommige werden ‘shouts’ genoemd en gingen gepaard met typisch gedans, handgeklap en getik met de voeten. Sommige Afro-Amerikaanse religieuze liederen werden in deze periode ‘groans’ (of ‘moans’) genoemd. Deze moans en groans waren geen uiting van pijn. Een lied werd gezongen in een toestand van gelukzaligheid, dit ging vaak gepaard met geneurie en spontane melodische variaties.
De songs voor 1865
Aan het begin van de 19de eeuw beleefden Afro-Amerikanen een 'Second Awaking'. Zij kwamen bij elkaar in zogenaamde ‘camp meetings’, waarbij werd gezongen zonder zangboeken. Bij deze gelegenheden ontstonden spontane liederen. Men noemde dit ‘spirituele liederen’; de term ‘sperichil’ (spiritual) verscheen voor het eerst in het boek ‘Slave Songs of The United States’ (door Allen, Ware, Garrisson, 1867).
Aangezien negrospirituals christelijke liederen zijn, werd in de meeste van hen bezongen wat de Bijbel voorschrijft en hoe te leven met de Geest van God. De ‘donkere dagen van slavernij' werden bijvoorbeeld verlicht door de hoop en het geloof dat God slaven niet zal verlaten.
Overigens, Afro-Amerikanen zongen vroeger niet in de kerk. Gedurende de slavernij en de periode daarna, mochten slaven en arbeiders die aan het werk waren in de velden of elders in de openlucht ’werkliederen’ zingen. Dit was het geval wanneer zij hun krachten moesten bundelen om een omgevallen boom of een andere zware last te zeulen. Zelfs gevangenen zongen vroeger ‘chain gang’ liederen wanneer zij bezig waren met het aanleggen van wegen of met andere bouwprojecten.
Maar sommige ‘drijvers’ lieten het ook toe dat slaven ‘stille’ liederen zongen, als ze niet duidelijk gericht waren tegen de slavenhouders. Dergelijke liederen werden gezongen door ofwel één solist ofwel door verschillende slaven. Deze liederen werden gebruikt om persoonlijke gevoelens te uiten en om elkaar te bemoedigen. Dus zelfs tijdens het werken konden slaven zingend ‘geheime boodschappen’ doorgeven. Dit was het geval met negrospirituals, die in de kerk werden gezongen, tijdens bijeenkomsten, op het werk en thuis.
De betekenis van deze liederen was vaak geheim. Daarom begrepen alleen christelijke slaven ze en zelfs wanneer er normale woorden werden gebruikt, gaven ze de persoonlijke relatie tussen slaven en God weer.
De codes van de eerste negrospirituals hadden vaak betrekking op de ontsnapping naar een vrij land. Een ‘home’ [thuis] is bijvoorbeeld een veilige plaats waar iedereen in vrijheid kan leven. Een ‘home’ kan dus Hemel betekenen, maar in geheimtaal betekent het een heerlijk en vrij land, een veilige haven voor slaven.
Er waren enkele manieren waarop vluchtelingen naar een vrij land reisden, dit was per 'chariot' [triomfwagen] of per 'train'.
De negrospirituals ‘The Gospel Train’ en ‘Swing low, sweet chariot’ refereren rechtstreeks aan de Underground Railroad, een informele organisatie die veel slaven hielp vluchten.
De woorden van 'The Gospel Train' zijn "She is coming… Get onboard… There’s room for many more”. Dit is een directe oproep tot vertrek per trein, die op meerdere stations stopt.
Verder verwijst ‘Swing low, sweet chariot' naar Ripley, een station van de Underground Railroad, waar gevluchte slaven welkom waren. Dit stadje is gelegen op de top van een heuvel naast de rivier Ohio, een rivier die moeilijk is over te steken. Om deze plek te bereiken, moesten vluchtelingen dus wachten op de hulp van mensen uit deze stad. De woorden van deze spirituals zijn “I looked over Jordan and what did I see / Coming for to carry me home / A band of Angels coming after me".
Tussen 1865 en 1925
Spirituals werden gezongen in kerken met een actieve inbreng van de gemeente. Hun songs waren meestal gelijk aan de eerste negro spirituals. Sommige songs werden veranderd door Afrikaanse Amerikanen.
Een specifiek kenmerk van deze manier van zingen is de aanzwellende, melismatische melodie die na iedere lofprijzing wordt afgewisseld met een door de voorganger voorgedragen volgende regel van de hymne. De mannenstemmen dubbelden de vrouwenstemmen een octaaf lager. Dit werd gevolgd door een derde of zelfs vijfde stem wanneer een individu afweek van de melodie om op een gemakkelijkere toonhoogte te zingen. Het gezang kenmerkte zich door de harde, luidkeelse en/of nasale klanken, die regelmatig gepaard gingen met het zingen met de kopstem, gebrom en gekreun.
Er waren ook andere soorten spirituals. Deze worden doorgaans onderverdeeld in drie groepen:
- de ‘call and response chant’ [zang in de vorm van vraag en antwoord]
Bij deze vorm zingt de voorganger (leider) een zin of couplet en de gemeente of het koor antwoordt hem met een andere zin of couplet.
Een voorbeeld hiervan is “Swing low, sweet chariot”.
SWING LOW SWEET CHARIOT
Lead: Swing low, sweet chariot
Chorus: Coming for to carry me home
Lead: Swing low, sweet chariot
Chorus: Coming for to carry me home
Lead: If you get there before I do
Chorus: Coming for to carry me home
Lead: Tell all my friends, I’m coming too
Chorus: Coming for to carry me home
- De langzame, aanhoudende melodie met lange frases
- Syncopische melodie
Bij een syncopische, gesegmenteerde melodie is het tempo vaak snel en het ritme heeft een ‘swing’. Denk aan spirituele liederen die in de kerk worden gezongen, en dan wel door een groep (niet door een solist). Het ritme van dergelijke spirituele liederen is gebaseerd op het heen en weer bewegen van hoofd en lichaam. Het wiegen met het lichaam geeft de regelmatige beat aan, maar min of meer strak in de maat. De zanger volgt de basisbeat, bijna monotoon.
Tussen 1865 en 1925 werden veel liederen gearrangeerd als klassieke Europese stukken voor koren. Sommige negrospirituals werden gezongen tijdens worshipdiensten.
Tussen 1925 en 1985
De tekst tussen 1925 en 1985
Terwijl de traditionele negrospirituals nog steeds werden gezongen, werden er nieuwe gospelliederen geschreven. De teksten van deze nieuwe liederen gingen over het prijzen van de Heer, waarbij persoonlijke groei en het broederlijke gemeenteleven voorop stonden. Vele van hen werden geïnspireerd door sociale problemen, zoals rassenscheiding, gebrek aan liefde, drugs, ect.
Ten tijde van de strijd om burgerrechten, halverwege de jaren zestig, werden negrospirituals als 'We Shall Overcome', 'Oh Freedom' en 'This Little Light of Mine’ gezongen.
Soms werden de woorden van de traditionele negrospirituals hier en daar aangepast voor speciale gelegenheden.
In deze periode waren bepaalde gospelliederen profaner van karakter. Zij werden gebruikt in shows als ‘Tambourine to Glory' (van Langston Hughes). In de jaren zeventig werden de eerste ‘popgospels’ geschreven, met name door Edwin Hawkins ('Oh Happy Day'). Bij deze manier van zingen, worden de zangers (vaak in groepen van verschillende zangstemmen) begeleid door verschillende instrumenten.
De muziek tussen 1925 en 1985
Tevens arrangeerden componisten zoals John W. Work hun eigen liederen. Sommige van deze componisten, zoals Jester Hairston, werden beïnvloed door de Black Renaissance. Dit betekent dat het arrangement van deze liederen werd beïnvloed door Europese klassieke muziek.
Na 1925 schreven artiesten gospelliederen die waren geënt op de soulmuziek of ‘hard beat'. Het aantal instrumenten dat de zangers begeleide, nam toe.
Na 1985
Sommige componisten, zoals Moses Hogan arrangeerden traditionele negro spirituals.
Van de nieuwe gospel songs die na 1985 zijn gemaakt, bestaan twee types songs.
Het eerste type is voor elke aanbiddingsdienst of voor speciale gebeurtenissen in de kerk. Het tweede type is voor concerten. Deze zijn min of meer werelds, zelfs als ze gaan over het christelijke leven.